Eindelijk maken De Standaard en de VRT komaf met al te kleine steekproeven. In opdracht van beide media ondervroeg het onderzoeksbureau TNS Media 4.260 Vlamingen en Nederlandstaligen in Brussel-Halle-Vilvoorde. (Meer technische details vonden we voorlopig niet terug.)
Onderstaande grafiek illustreert het enorme verschil in steekproefgrootte met voorgaande, gelijkaardige TNS-peilingen van de voorbije 2 jaar. Telkens was de opdrachtgever de tandem De Standaard/VRT.
Bron cijfermateriaal: Febelmar (bij de voorgaande peilingen was de populatie gelijk aan stemgerechtigden uit Vlaanderen, exclusief Brussel, maar inclusief Halle-Vilvoorde, en bereikbaar via vast toestel of gsm)
PS: Al mogen we natuurlijk niet vergeten dat het wel nog steeds tricky blijft om ook op provinciaal niveau uitspraken te doen over kleine partijen.
update: Bart Sturtewagen (hoofdredacteur De Standaard) geeft in een e-mailreactie aan dat de reden voor de ruimere steekproef de mogelijkheid is om cijfers te analyseren op het niveau van de kieskringen (meestal provincies). Dat maakte het mogelijk een prognose te geven voor de zetelverdeling op basis van de geregistreerde kiesintenties. Het blijft een peiling natuurlijk, maar de omrekening naar zetels maakt de potentiële verschuivingen tastbaarder. Ook Jan Drijvers (TNS Media) verwijst naar de vraag om de zetelverdeling per provincie in te schatten: Daarom dienden we in elke kieskring een voldoende groot aantal observaties te hebben. In totaal werden in zes kieskringen 700 respondenten bevraagd. Die werden voor de totaalresultaten herwogen naar hun juiste gewicht in de totale populatie. Het lijkt dus niet ondenkbaar dat er na de verkiezingen opnieuw overgeschakeld wordt naar kleinere steekproeven.
update2: In Vlaanderen bestaan weinig cijfergegevens over het fenomeen van de late beslissers. Een door professor Stefaan Walgrave (UA) begeleid internetpanel tijdens de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen hield het op 25 procent. Walgrave zelf denkt dat 10 tot 15 procent de werkelijkheid dichter benadert. ‘Nogal wat mensen beweren dat ze het nog niet weten,’ zegt Walgrave. ‘Maar als je dan even doorvraagt, blijkt dat ze het wel weten. Ze houden liever een slag onder de arm, voor het geval er nog iets gebeurt. Maar een dioxinecrisis komt niet elke verkiezing voor.’ (De Standaard, 23 mei 2007) In de peiling van De Standaard/VRT koos 26 procent voor ‘nog niet zeker’ en ‘helemaal geen voorkeur’.
update3: In zijn krant De Morgen haalt Yves Desmet fel uit naar het blind gebruik van peilingen. Of beter: naar het overaanbod en de allesoverheersende rol van peilingsresultaten. Vaak hebben ze ook een selffulfilling effect: kiezers sluiten zich aan bij de gedoodverfde winnaar, of denken omgekeerd dat de zaak al gewonnen is en dat ze zich dus een of andere frivoliteit kunnen veroorloven. (…) Daar zit net het grootste gevaar: dat peilingen op die manier niet langer een registratie van de werkelijkheid zijn, maar aan die werkelijkheid vorm en richting dreigen te geven. Dat ze geen onschuldige spiegel meer zijn maar een in de politieke realiteit ingrijpende factor. (De Morgen, 23 mei 2007) En nu maar hopen dat Desmet zijn eigen standpunt trouw blijft…
Leestip:
- Maartbarometer – lezersbrief Stefaan Pleysier




5 reacties so far ↓
Ecce Homo // mei 22, 2007 bij 1:56 pm |
Mooi, maar dat is het probleem niet van peilingen. 1000 of 4000 maakt niet zo’n verschil als ook die 1000 statistisch verantwoord representatief werden gekozen.
Het probleem is dat redacteurs van de opdrachtgevende media daarna de peiling als absolute waarheid en onveranderlijk gaan beschouwen.
Gevolgd door de even voorspelbare commentaren: wie scoort, benadrukt zijn maatschappelijke relevantie, wie faalt onderstreept hoe relatief zo’n opiniepeiling is.
journalinks // mei 22, 2007 bij 6:52 pm |
@ Ecce Homo: Niet akkoord. Door 4.000 man te bevragen (op een statistisch verantwoorde wijze) verklein je de verschillende foutenmarges aanzienlijk, waardoor een exactere schatting mogelijk wordt. Zeker in Vlaanderen, waar de percentages van tal van partijen heel dicht bij elkaar liggen, is dit belangrijk.
Maar voor de rest geef ik je alleen maar gelijk: nog te vaak gebeurt het dat nieuwsredacties peilingsresultaten als absolute waarheid voorstellen.
Fredegre // mei 23, 2007 bij 12:06 am |
De grootte van de steekproef is niet altijd een garantie voor de betrouwbaarheid, zelfs al zorg je ervoor dat je bij een representatief staal van de bevolking. Wat is de uitslag van deze waard als je ziet dat ongeveer de helft van de respondenten nog niet weet op welke partij ze op 10 juni gaan stemmen?
Fredegre // mei 23, 2007 bij 12:07 am |
Hmmm, er zijn een paar woordjes weggevallen uit mijn reactie. Ergens moet nog “meet” en “peiling” komen.
Sorry!
journalinks // mei 23, 2007 bij 7:34 pm |
@ Fredegre: zeker en vast een belangrijk punt – en daarbij aansluitend: ook de grootte/reden van de non-respons