Om de drie maanden worden peilingsresultaten een virtuele realiteit. Afgelopen weekend was het opnieuw prijs in De Standaard. Of geloof je nu echt dat je op basis van amper een 30-tal kiesgerechtigde Vlamingen kunt beweren dat Jean-Marie Dedecker uitgerekend in West-Vlaanderen minder populair zou zijn?
Het punt is wederom genoegzaam gemaakt; men hoeft niet methodologisch geschoold, laat staan een statistisch genie, te zijn, om te weten dat dergelijke kleine aantallen een bijzonder wankele basis vormen voor de gedane uitspraken. Misschien waren die zes bladzijden toch iets te ruim bemeten. (Stefaan Pleysier)
Leestip:
- Bron: Lezersbrief op De Standaard Online van docent statistiek Stefaan Pleysier (KATHO hogeschool)
- “Opiniepeilingen zijn een doorgeschoten marketinginstrument” – DNR



2 reacties so far ↓
Pieterjan Rynwalt // maart 20, 2007 bij 8:20 am |
Als het echt maar 30 West-Vlamingen waren; ja, waar melkt men nu dan over? Maar 30 is wel erg weinig. Het NB heeft gisteren een Waals-Vlaamse enquête gepubliceerd. Er werden 504 Vlamingen aangesproken en er was een foutenmarge van (maar?) drie procent. Zo erg veel mensen heb je dus niet nodig.
stefaan pleysier // maart 20, 2007 bij 2:06 pm |
het betrof een steekproef van ongeveer 1000 respondenten; 3,2% daarvan gaf aan voor de Lijst Dedecker te stemmen, wat de facto neerkomt -voor heel Vlaanderen- op een goeie 30 respondenten. Dit werd vervolgens nog eens verder opgesplitst naar provincies… Wetende dat er 5 provincies zijn, en in de veronderstelling dat die 30 min of meer gelijk verdeeld zijn, komt dit neer op niet meer dan 6 respondenten of Dedecker kiezers per provincie. En daarmee wordt vervolgens Dedecker geconfronteerd… Het is niet de eerste keer dat analyses op subgroepen (ic politieke partijen afzonderlijk) gebeuren; het is verkeerd te denken dat men dan evengoed dezelfde foutenmarge kan hanteren.
Overigens is belangrijker dan het aantal in de steekproef, de manier waarop de steekproef werd getrokken en de respondenten werden benaderd.